Aannemersbedrijf Fried van de Laar in het Noord-Brabantse Best doet demontage-, renovatie- en bouwprojecten. Voor het scheiden van de afgedankte apparaten als reststroom in hun projecten en de samenwerking met metaalrecyclers en verwerkers die aangesloten zijn bij Stichting OPEN neemt Fried van de Laar een Wecycle Award in ontvangst. Wij spraken met projectleider Marc Ammerlaan en duurzaamheidsspecialist Casper Rodenburg.
“Qua demontage en renovatie houden we ons vooral bezig met de ombouw van grote winkels (supermarkten) en kantoren”, trapt Marc af. “Maar we doen ook bouwprojecten, zowel casco als gedetailleerde afbouw. Sommige klanten schakelen ons in voor het traject van A tot Z, anderen voor een onderdeel. Omdat we verschillende disciplines in huis hebben, houden we ons altijd bezig met de vraag: als we iets leveren en plaatsen op een project, komt het er dan over tien jaar weer uit op een manier dat we het netjes kunnen (laten) verwerken? We brengen de kennis van disciplines bij elkaar en denken vooruit.”
“Wij zijn zeer verrast dat we een Wecycle Award hebben gewonnen”, vervolgt Marc. “We zijn er erg blij mee en het motiveert ons om onze werkzaamheden te blijven optimaliseren en te zorgen dat apparaten, lampen en andere stromen aan het einde van hun levensfase op de juiste plek terechtkomen, veilig worden verwerkt en een tweede kans krijgen als product, onderdeel of grondstof.”
Hoe pakt Fried van de Laar het aan op locatie? “Voor ieder project plannen we de werkzaamheden zo efficiënt en duurzaam mogelijk”, vertelt Casper. “Als de eerste vrachtwagen met nieuwe materialen arriveert, neemt die (een deel van) de reststromen mee terug. Op de locaties van projecten doen we al aan bronscheiding: er zijn containers voor o.a. hout, puin, glas, sandwichpanelen, metalen en dus ook voor afgedankte apparatuur. In de retail zijn dat bijvoorbeeld lichtbakken, schermen, displays, kassasystemen, diverse IT, en oude airco-units en bij kantoren veel schermen en andere IT-apparatuur. Per project komen er zomaar achttien verschillende stromen vrij.”
Fried van de Laar heeft een eigen milieustraat op het terrein. “Vanaf daar gaat het naar gespecialiseerde en gecertificeerde verwerkers”, licht Marc toe. “Dankzij de samenwerking met Stichting OPEN, en met name door ons contact met adviseur Esther Musch, zijn wij ons steeds bewuster geworden van verschillende stromen en hoe wij die moeten scheiden. Esther kijkt regelmatig met ons mee – zelfs op locatie – en wijst ons op praktische verbeterpunten, die we direct oppakken. Ook stuurt ze ons naar de juiste CENELEC-metaalrecycler of -verwerkers van afgedankte apparaten in andere provincies waar wij projecten doen, maar de regio niet goed kennen.”
“Per jaar doen we ongeveer 50 grote demontageprojecten en per locatie demonteren we al gauw zo’n vijf ton aan afgedankte apparatuur. Vooral als een supermarkt al eerder optimaal herinzet heeft gedaan, komt er behoorlijk wat vrij”, vertelt Marc.
“Een belangrijke reden om bij onze projecten aan bronscheiding te doen is natuurlijk de duurzaamheid”, vervolgt Casper. “Alle stromen kunnen goed hergebruikt of gerecycled worden als het direct apart gehouden wordt. Dat vinden we belangrijk en daar dragen we graag aan bij.”
“Bovendien zorgt het voor rust en beheersbaarheid op de werkvloer tijdens de demontage”, vult Marc aan. “Als je heel ‘wild’ gaat slopen, wordt het een bende. Nu doen we alles met beleid en gestructureerd, waardoor ook de werkomstandigheden veiliger zijn. Ook is het financieel gunstiger: omdat we alles netjes sorteren, hebben we minder containers en dus minder transport nodig. In feite heeft deze manier van werken alleen maar voordelen.”
Fried van de Laar blijft ambitieus voor de toekomst. “Ondanks onze manier van werken houden we soms tijdens de bouw van onze projecten, samen met onze partners, nog twee à drie containers aan afvalstromen over. We gaan inventariseren waar die materialen vandaan komen, welke stromen het zijn en waarom het nog deze hoeveelheid is”, legt Marc uit. “Als blijkt dat we de inkoop van nieuwe materialen beter moeten berekenen of er veel snijverlies is, gaan we dat verbeteren.”
“Qua circulariteit zijn we al goed bezig”, stelt Casper. “We hebben nog wel veel cijfers van projecten die inzichtelijk gemaakt moeten worden, waar ongetwijfeld nog meer kansen voor verbetering uitkomen.”